Kind schrijft op een papier voor een zoektocht, kleine plein in de zon en een ouder kind dat voorleest aan een jonger kind

Hoe werken wij aan een goed onderwijs?

Om aan de onderwijsdoelen van de overheid te werken worden verschillende werkwijzen en methodes gebruikt. Wij geven onderwijs in betekenisvolle thema’s. Dit onderwijs is aantrekkelijk, uitdagend en van goede kwaliteit. Leerlingen zijn actief en betrokken bij wat ze leren.

Groepen 1 en 2
 Op onze school werken we aan aantrekkelijk en uitdagend onderwijs. We willen dat leerlingen zich goed ontwikkelen en plezier hebben in leren. In de kleutergroepen (1 en 2) gebeurt dit vooral door spel. We bieden veel spelsituaties aan die voor leerlingen betekenis hebben en meemaken in het dagelijks leven. Bijvoorbeeld: als het thema ‘vakantie’ is, mogen de leerlingen koffers inpakken en spelen in een kampeerhoek. Ze kunnen ook ‘werken’ op de camping of in het restaurant spelen. In de bouwhoek maken ze plattegronden van campings. Zo leren ze spelenderwijs allerlei vaardigheden. We noemen dit ‘betekenisvol spelen’. Elk thema duurt ongeveer 6 tot 8 weken.

In de groepen 3 en 4
Ook in groep 3 en 4 werken we met thema’s. Een thema duurt ongeveer zes weken. We besteden veel aandacht aan lezen en schrijven. Leerlingen lezen en schrijven verschillende soorten teksten, zoals verhalen, informatie en gedichten. We werken met een “tekst van de week”. Rond deze tekst maken we lees- en schrijfopdrachten, oefenen we spelling en leren we strategieën voor begrijpend- en technisch lezen. In de klas zijn ook verschillende hoeken: bijvoorbeeld een bouwhoek, spelhoek of een vertelspel-tafel. In deze hoeken oefenen leerlingen met lezen en schrijven. Ze schrijven bijvoorbeeld een bouwplan of maken een toneeltekst. Ook rekenen komt terug in het spel. We stimuleren leerlingen om te onderzoeken en zelf dingen te ontdekken.

In de groepen 5 tot en met 8
In de bovenbouw werken we aan wereldoriëntatie met het programma IPC (International Primary Curriculum). Voorbeelden van thema’s zijn: De actieve planeet of Red de wereld. Deze thema’s sluiten aan bij hoe we in de onderbouw werken. Voor spelling gebruiken we de methode Staal (groep 3 t/m 8). Leerlingen leren stapsgewijs steeds moeilijkere onderdelen, zoals werkwoordspelling en grammatica. In de bovenbouw gebruiken we Staal ook voor taal. We werken dan aan woordenschat en taalvaardigheid via thema’s. Begrijpend lezen sluit aan bij de thema's van IPC.

Rekenen
In de groepen 3 tot en met 8 gebruiken we de rekenmethode Pluspunt 4. Deze methode zorgt voor een goede mix van uitleg, oefenen en leren in situaties uit het dagelijks leven. Leerlingen die meer uitdaging aankunnen, krijgen extra verdieping. Leerlingen die wat meer oefening nodig hebben, krijgen daar ook de tijd en ruimte voor. We gebruiken ook digitale programma’s om extra te oefenen.

Groepsplan
De leerkrachten van groep 3 tot en met 8 werken met een groepsplan voor technisch lezen, spelling en rekenen. In dit plan staat hoe de leerkracht het onderwijs aanpast aan wat leerlingen nodig hebben. Dit gebeurt voor een periode van 3 tot 4 maanden.

Engels
Op onze school vinden we Engels belangrijk. In groep 1 tot en met 4 werken we met de methode Stepping Stones. We geven een half uur per week Engels. De leerkrachten geven daarnaast zelf lessen die passen bij het thema van de klas. In groep 5 tot en met 8 gebruiken we de methode Join In. Deze methode geven we één uur per week. Beide methodes zijn afwisselend en betekenisvol. We richten ons vooral op woordenschat en durven praten in het Engels.

Burgerschap
Op onze school horen actief burgerschap, levensbeschouwelijke vorming en sociaal-emotionele ontwikkeling bij elkaar. Deze onderwerpen zitten verwerkt in het vakgebied "Oriëntatie op jezelf en de wereld". We besteden aandacht aan actief burgerschap in de verschillende thema’s die we op school behandelen. Leerlingen leren over hoe mensen in de maatschappij met elkaar omgaan. Ze leren ook over het leven in een multiculturele samenleving. We praten met elkaar over belangrijke onderwerpen uit het nieuws. Leerlingen mogen hierover hun eigen mening vormen.

We vinden het belangrijk dat leerlingen goed met elkaar omgaan. Ook vinden we het belangrijk dat leerlingen respect hebben voor de mening en overtuiging van anderen. Tegelijk geven we in de lessen ook aandacht aan onze katholieke identiteit. Daarbij houden we rekening met de verschillen tussen persoonlijke overtuigingen van leerlingen en ouders.

Groep 1 tot en met 4
In de onderbouw leren leerlingen over actief burgerschap door te spelen en in de kringgesprekken. De onderwerpen sluiten aan bij wat leerlingen meemaken in hun dagelijks leven. Denk aan:

  • regels en afspraken, 
  • hoe je ruzies kunt voorkomen en oplossen,
  • feestdagen van verschillende geloven.

Groep 5 tot en met 8
In de bovenbouw gebruiken we het IPC-curriculum. Met IPC werken de leerlingen steeds aan actief burgerschap, vanuit verschillende vakken en onderwerpen.

In elk thema werken we aan acht persoonlijke doelen:

  •  samenwerken,
  • communiceren,
  • veerkracht (omgaan met tegenslag),
  • aanpassingsvermogen,
  • ethiek (nadenken over wat goed is),
  • respect,
  • bedachtzaamheid (nadenken voor je iets doet of zegt),
  • onderzoek doen.

Leerlingen ontdekken hun eigen nationale en culturele identiteit. Tegelijk leren ze ook over andere culturen en landen. We praten over belangrijke wereldproblemen, zoals:

  • wereldvrede, 
  • duurzaamheid (zorg voor de aarde), 
  • armoede.
Zo leren leerlingen verschillen én overeenkomsten zien tussen mensen en culturen.

Wettelijke opdracht van de overheid
Burgerschapsonderwijs is een verplicht onderdeel van het onderwijs volgens de wet met de volgende onderwerpen:

  • Leerlingen leren wat de belangrijkste waarden zijn in Nederland. Denk aan vrijheid, gelijkheid en respect voor anderen. Deze waarden staan in de Grondwet en gelden voor alle mensen. Op school oefenen we met deze waarden.
  • Leerlingen leren hoe ze goed kunnen meedoen in de samenleving. Ze leren ook hoe ze kunnen bijdragen aan een fijne, veilige en eerlijke samenleving.
  • Leerlingen leren dat mensen verschillend mogen zijn. Ze leren respect te hebben voor verschillen in geloof, mening, afkomst, geslacht, seksuele voorkeur of beperking. Ze leren dat iedereen gelijk behandeld moet worden.
  • We zorgen op school voor een omgeving waarin leerlingen deze waarden kunnen oefenen in de praktijk.

Bij burgerschap horen veel thema’s waar we aandacht aan moeten besteden:

  • Vrijheid en gelijkheid
  • Macht en inspraak (bijvoorbeeld meebeslissen)
  • Democratie (hoe we samen keuzes maken)
  • Identiteit (wie ben ik?)
  • Diversiteit (verschillen tussen mensen)
  • Solidariteit (omzien naar elkaar)
  • Samenleven in een digitale wereld

Op onze school volgt iedereen hetzelfde onderwijsprogramma, ongeacht geloof of cultuur.

Huiswerk
In de laatste drie leerjaren krijgen de leerlingen huiswerk. Zo leren ze omgaan met huiswerk en wennen ze aan hoe het gaat op de middelbare school. Het huiswerk is ook bedoeld om extra te oefenen met rekenen en taal. Daarbij gebruiken we ook online programma’s zoals Muiswerk en Ambrasoft. Deze programma’s passen zich aan aan het niveau van het kind.

Samenwerken en zelfstandig werken
Coöperatief leren betekent dat leerlingen in kleine groepjes samenwerken aan een opdracht. Ze werken samen om een doel te bereiken. Samenwerken is een belangrijke vaardigheid voor later in het leven. De groepjes worden zo gemaakt dat er verschillende talenten in zitten. De leerlingen zijn niet alleen gericht op hun eigen leren maar ook op dat van hun klasgenoten. Zo leren ze van en met elkaar. Coöperatief leren hoort bij alle vakken en lessen.

Bij onze school vinden we naast samenwerken ook zelfstandig werken heel belangrijk. Zelfstandig werken betekent dat leerlingen zelf aan de slag gaan met hun werk. Dit helpt de leerkracht om leerlingen extra te helpen die dat nodig hebben. Het is ook belangrijk dat leerlingen zelf verantwoordelijkheid krijgen voor hun leren. Tijdens het zelfstandig werken van leerlingen kan de leerkracht extra begeleiding geven. Leerlingen krijgen dan meer verantwoordelijkheid over hun eigen leerproces. Ze leren zelf problemen op te lossen zonder altijd hulp van de leerkracht te vragen. Zowel samen leren als zelfstandig werken leveren een bijdrage aan de sociale redzaamheid en bevordert een positief pedagogisch klimaat.

Verlengde instructie en verrijkers
Binnen ons onderwijsaanbod in de klas kijken we goed naar wat leerlingen nodig hebben om zich te ontwikkelen. Leerlingen kunnen extra instructie of inoefening nodig hebben of juist verdiepende lesstof voor meer uitdaging. Zo werken we bijvoorbeeld met ‘Rekentijgers’, ‘Accadin’ en ‘Vooruit’ waarin meer uitdagende lesstof te vinden is. In de uitleg over ons basisaanbod is hier meer over te lezen (hoofdstuk 4.4)

Ateliers (pilot)
Onze school is een weerspiegeling van de lokale samenleving waar alle leerlingen zich veilig en vertrouwd voelen. In de samenleving en dus ook op onze school krijgen we te maken met grote (cognitieve) verschillen. We willen onderzoeken middels de pilot ‘Ateliers’ hoe we beter recht kunnen doen aan deze verschillen. In het schooljaar 2025-2026 zullen we starten met drie Ateliers: Maak-atelier, Denk-atelier en het Talent-atelier.

Denk-Atelier
In het Denk-Atelier worden leerlingen uitgedaagd op cognitief gebied. Hier wordt gewerkt vanuit de Taxonomie van Bloom, waarbij voor meer- en hoogbegaafde leerlingen opdrachten staan die ze uitdagen om te evalueren, analyseren en creëren. Ook maakt de school gebruik van de Pittige Plustorens en Levelwerk waarin leerlingen zelfstandig, of in groepjes, aan de slag gaan met opdrachten die uitnodigen om hun creatieve intelligentie in te zetten.

Maak-Atelier
In het Maak-Atelier wordt de lesstof gekoppeld aan de praktijk. Leerlingen leren hier door te doen. Kijk bijvoorbeeld naar het maken van een vogelhuisje. Hier heb je het meteriekstelsel voor nodig, maar ook moet je kijken naar je budget en dus rekenen met geld. 

Talent-Atelier
In dit Atelier wordt een selectie van leerlingen van de groepen 1 tot en met 8 in een periode van zes weken uitgedaagd op specifieke terreinen, bijvoorbeeld rekenen en wiskunde, kunst, muziek, taal, techniek, sport, Latijn en creativiteit. In deze wisselende groepen worden leerlingen extra geprikkeld m.n. op het gebied van plannen, initiatieven nemen, samenwerken, redeneren en presenteren en maken zij kennis met een nieuw talent of ontwikkelen zij hun talent.

Talentontwikkeling
Talentontwikkeling zit bij ons, naast het Talent-Atelier, verweven binnen de thema’s in de groepen. Zo zijn bijvoorbeeld zang en drama lessen geweest binnen het thema theater en kwam tekenen en ontwerpen aan bod bij het ontwikkelen van een eigen logo en een Delftsblauw tegeltje.

Cultuur
In Zaltbommel is er voor basisscholen het Kunstenplan. Door dit plan maakt elke leerling in vier jaar tijd elk jaar kennis met een vorm van kunst. Denk bijvoorbeeld aan toneel, muziek, dans of beeld en geluid. Daarnaast besteden we op school zelf, per klas of per bouw, elk jaar aandacht aan één of meer kleine projecten. De interne cultuurcoördinator zorgt voor inspirerende activiteiten. Deze laten we aansluiten bij de thema’s waar we al mee werken.